
Slechts een handvol Nederlandse gemeenten heeft biobased bouwbeleid expliciet in regelgeving of aanbestedingseisen vastgelegd. Gemeenten als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Eindhoven lopen voorop, maar de meeste gemeenten werken nog met vrijwillige ambities in plaats van bindende eisen. Dit artikel legt uit hoe dat beleid juridisch werkt, wat het verschil is met circulair beleid, en wat het concreet betekent als je een zakelijk bouwproject wilt starten.
Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Den Haag zijn op dit moment de meest actieve gemeenten op het gebied van biobased bouwen. Zij hebben biobased ambities opgenomen in hun woonvisies, omgevingsvisies of aanbestedingsdocumenten voor gemeentelijke gronduitgifte. Andere gemeenten volgen, maar werken vaak nog met intentieverklaringen zonder concrete, meetbare eisen.
Amsterdam heeft biobased bouwen verankerd in haar Agenda Duurzaam Bouwen, waarbij bij gronduitgifte via erfpacht steeds vaker eisen worden gesteld aan de herkomst en verwerking van bouwmaterialen. Rotterdam koppelt biobased bouwen aan haar klimaatadaptatiestrategie en stimuleert het via subsidies en pilotprojecten in specifieke wijken.
In Noord-Brabant zijn gemeenten als Tilburg en Breda bezig met het formuleren van biobased ambities, mede gestimuleerd door de provinciale aanpak. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen programma voor biobased economie, wat gemeenten in de regio een extra zetje geeft om beleid te concretiseren. Voor zakelijke opdrachtgevers in deze regio is het nuttig om de actuele omgevingsvisie van de betreffende gemeente te raadplegen voordat je een bouwproject start.
Gemeenten leggen biobased bouwbeleid vast via drie juridische instrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsplan en aanbestedingseisen bij gronduitgifte. De omgevingsvisie is beleidsmatig en niet direct bindend, het omgevingsplan kan wel bindende regels bevatten, en gronduitgiftecontracten zijn privaatrechtelijk afdwingbaar.
Onder de Omgevingswet, die sinds 2024 volledig van kracht is, hebben gemeenten meer ruimte gekregen om duurzaamheidseisen op te nemen in het omgevingsplan. Hiermee kunnen zij eisen stellen aan materiaalgebruik, CO2-uitstoot van bouwmaterialen (de zogenoemde MPG, Milieuprestatie Gebouwen) en het gebruik van biobased of hernieuwbare grondstoffen.
In de praktijk werkt het als volgt:
Voor een zakelijk bouwproject is het nuttig om vroeg in het traject te inventariseren welke instrumenten de gemeente inzet. Dat bepaalt namelijk welke vrijheid je hebt in materiaalgebruik en welke eisen je in het ontwerp moet meenemen.
Biobased bouwbeleid richt zich op de herkomst van materialen: bouwstoffen moeten afkomstig zijn van biologische, hernieuwbare bronnen zoals hout, stro, hennep of vlas. Circulair bouwbeleid richt zich op de levenscyclus van materialen: gebouwen moeten zo worden ontworpen dat materialen aan het einde van de levensduur opnieuw gebruikt kunnen worden.
De twee begrippen overlappen elkaar gedeeltelijk, maar zijn niet hetzelfde. Een biobased gebouw is niet automatisch circulair als de materialen niet demonteerbaar zijn verwerkt. En een circulair gebouw hoeft niet biobased te zijn als het werkt met hergebruikte staal- of betonconstructies.
Gemeenten die vooroplopen, combineren beide: zij eisen zowel biobased materiaalgebruik als een ontwerp dat gericht is op hergebruik. Dit zie je terug in MPG-normen die steeds strenger worden, en in aanvullende eisen zoals een materialenpaspoort, waarmee bij sloop of renovatie precies bekend is welke materialen waar zitten en hoe ze hergebruikt kunnen worden.
Voor zakelijke opdrachtgevers is het onderscheid relevant omdat het gevolgen heeft voor de ontwerpeisen, de materiaalkeuze en de exploitatiekosten op lange termijn. Meer weten over de circulaire en biobased aanpak in de praktijk? Dat legt uit hoe beide principes in een ontwerp samenkomen.
Op nationaal niveau stuurt het Rijk gemeentelijk biobased beleid aan via het Bouwbesluit (nu: Besluit bouwwerken leefomgeving, Bbl), de MPG-norm en de nationale doelstellingen uit het Klimaatakkoord en de Nationale Woon- en Bouwagenda. De MPG-norm is het meest directe sturingsinstrument: hij stelt een maximale milieubelasting per vierkante meter woonoppervlak per jaar.
In 2026 geldt voor nieuwbouwwoningen een maximale MPG-score van 0,8 en de verwachting is dat deze norm verder wordt aangescherpt. Biobased materialen scoren doorgaans beter op de MPG omdat ze CO2 opslaan in plaats van uitstoten. Dit maakt biobased bouwen niet alleen een duurzame keuze, maar ook een strategisch slimme keuze om aan de steeds strengere nationale normen te voldoen.
Daarnaast stimuleert het Rijk biobased bouwen via:
Gemeenten vullen dit nationale kader in met lokale ambities. De nationale normen zijn de ondergrens; gemeenten kunnen en mogen strenger zijn. Voor een passiefhuis of nul-op-de-meter gebouw geldt dat de combinatie van biobased materialen en passief ontwerp vrijwel altijd resulteert in een uitstekende MPG-score, wat vergunningstrajecten kan versoepelen.
Gemeentelijk biobased beleid betekent voor een zakelijk bouwproject concreet dat je vroeg in het traject moet weten welke materiaaleisen en MPG-normen gelden op de beoogde locatie. In gemeenten met actief biobased beleid kan dit invloed hebben op de materiaalkeuze, het ontwerp, de aanbestedingsstrategie en het budget.
De praktische gevolgen voor zakelijke opdrachtgevers zijn:
Voor een passiefhuis-kantoor of een biobased bedrijfsgebouw is het nuttig om een architect in te schakelen die het lokale beleid kent en het ontwerp direct afstemt op de geldende eisen. Dat bespaart tijd en voorkomt kostbare aanpassingen later in het traject.
Wij begrijpen als geen ander hoe gemeentelijk biobased beleid en nationale normen doorwerken in een concreet bouwproject. Met meer dan 50 jaar ervaring in duurzaam bouwen en een specialisatie in circulaire en biobased architectuur begeleiden we zakelijke opdrachtgevers van het eerste idee tot en met de oplevering.
Wat we voor jou doen:
Wil je weten wat biobased bouwen voor jouw zakelijke project kan betekenen? Neem contact met ons op en we denken graag met je mee over de mogelijkheden.
FD architecten helpt u graag om uw perfecte plek te realiseren. Wilt u geholpen worden bij het maken van een plan voor uw nieuwbouw, verbouw of verduurzaming? Neem dan contact met ons op! U kunt ons bereiken via: 0135159331, info@fdarchitecten.nl
Langs komen bij ons op kantoor in De Moer kan natuurlijk ook altijd. Maak wel van tevoren een afspraak.